Astronomen hebben uitzonderlijk vroeg in het ontstaan van een supernova een explosie kunnen waarnemen. De Chinese ruimtetelescoop Einstein Probe detecteerde in maart 2026 een korte uitbarsting van röntgenstraling die afkomstig bleek van de supernova SN 2026gzf, op ongeveer 500 miljoen lichtjaar van de aarde. De waarneming geeft onderzoekers een zeldzaam kijkje in de eerste momenten van de dood van een zware ster.
De eerste röntgenflits werd veroorzaakt door een zogenoemde shock breakout. Wanneer de kern van een zware ster instort, ontstaat een krachtige schokgolf die zich naar buiten door de ster verplaatst. Op het moment dat deze schokgolf het oppervlak bereikt, komt gedurende korte tijd een intense puls van röntgen- en ultraviolette straling vrij. Dit verschijnsel wordt vermoedelijk bij veel supernova’s geproduceerd, maar is moeilijk waar te nemen omdat het zeer kort duurt. De nieuwe waarneming is pas de tweede dergelijke detectie sinds 2008.
Dankzij de snelle melding van Einstein Probe konden telescopen op aarde en in de ruimte het object vrijwel direct volgen. Zo ontstond een uitzonderlijk complete dataset, waarin de ontwikkeling van de explosie over meerdere golflengten kon worden gevolgd.
De oorspronkelijke ster was naar schatting ongeveer twintig tot dertig keer zo zwaar als de zon en behoorde tot de klasse van de Wolf-Rayetsterren. Deze sterren hebben tegen het einde van hun leven hun buitenste lagen van waterstof en helium grotendeels verloren. SN 2026gzf werd geclassificeerd als een zogenoemde Type Ic-BL-supernova, een bijzonder energierijke variant met zeer snel bewegend uitgestoten materiaal.
Opvallend is dat de explosie geen gammaflits produceerde, hoewel dergelijke supernova’s daar vaak mee worden geassocieerd. Mogelijk ontstond wel een krachtige straal materie, maar kon die niet door de omringende materie van de ster heen breken. Dit scenario staat bekend als een ‘choked jet’.
De waarnemingen laten daarmee zien dat de explosies van massieve sterren waarschijnlijk gevarieerder verlopen dan bestaande modellen suggereren. Vooral de vroege röntgenwaarneming biedt nieuwe informatie over de omstandigheden rond een ster vlak voordat deze instort.
