Image default

De ‘ontbrekende’ materie houdt zich schuil in de intergalactische ruimte

Astronomen zijn met behulp van de mysterieuze ‘snelle radioflitsen’ op het spoor gekomen van de ‘ontbrekende’ materie, niet te verwarren met de donkere materie, in het heelal.
Zoals eigenlijk al werd verwacht, bevindt de gezochte materie zich in de ruimte tussen de sterrenstelsels (Nature).
Gewone materie zoals wij die kennen zou ongeveer vijf procent van het totaal aan materie en energie in het heelal moeten vertegenwoordigen. (De rest komt voor rekening van de moeilijk opspoorbare donkere materie en donkere energie.)
Tot nu toe was een deel van die normale materie echter onvindbaar.
Als je alles wat we aan gaswolken, sterren en sterrenstelsels waarnemen bij elkaar optelt, kom je namelijk niet aan die vijf procent.
De afgelopen dertig jaar is druk gezocht naar de ontbrekende materie.
Daarbij zijn allerlei methoden gebruikt, onder meer door te onderzoeken in welke mate de röntgenstraling van quasars (de extreem heldere kernen van verre sterrenstelsels) onderweg naar de aarde wordt geabsorbeerd.
Op die manier is inderdaad materie in de intergalactische ruimte opgespoord, maar of de gevonden hoeveelheden toereikend waren bleef onduidelijk.
Een onderzoeksteam onder leiding van Jean-Pierre Macquart van het International Centre for Radio Astronomy Research in Australië is er nu in geslaagd om de ontbrekende materie rechtstreeks aan te toen met behulp van de korte stoten radiostraling die bekendstaan als snelle radioflitsen.
Deze radioflitsjes komen uit alle richtingen en moeten zich daarbij een weg banen door de uiterst ijle materie in de intergalactische ruimte. De radiostraling, afkomstig uit verre sterrenstelsels, is onderhevig aan ‘dispersie’, een proces dat vergelijkbaar is met de manier waarop zonlicht dat door een prisma gaat in verschillende kleuren wordt gescheiden.
Hoe sterker de dispersie, des te meer materie is het radiosignaal onderweg tegengekomen.
Om te kunnen vaststellen wat de dichtheid van die tussenliggende materie is, moet bekend zijn op welke afstand de radioflits is ontstaan. Daarom is bij dit nieuwe onderzoek alleen gekeken naar zes radioflitsen waarvan precies bekend was uit welke sterrenstelsels ze afkomstig waren.
De betreffende flitsen zijn geregistreerd met de Australische radiotelescoop ASKAP.
Aan de hand van de afstanden van deze stelsels en de dispersie van de zes radioflitsen hebben de astronomen kunnen berekenen hoeveel materie zich in de intergalactische ruimte bevindt.
De uitkomst, één à twee atomen per stuk ruimte ter grootte van een bescheiden kantoorkamer, komt goed overeen met wat op grond van berekeningen was voorspeld. (EE) (Image Credit: ICRAR and CSIRO/Alex Cherney)

Ook interessant

Ruimtesonde Juno heeft detailrijke opnamen gemaakt van Jupitermaan Europa

stipmedia

ESA en NASA bundelen krachten om Europese ‘rover’ op Mars te laten landen

stipmedia

Planeet ter grootte van de aarde ontdekt bij nabije, koele dwergster

stipmedia

Aandrijving van Europees-Japanse ruimtesonde BepiColombo levert te weinig vermogen

stipmedia

‘Kosmische vlinder’ blijkt een enorme planetenfabriek te zijn

stipmedia

Drie zeer oude sterren ontdekt in de halo van ons Melkwegstelsel

stipmedia