Image default

Gloeiend gas bevestigt het bestaan van kosmische ‘navelstrengen’

Een team van Japanse en Britse astronomen heeft, met behulp van het MUSE-instrument van de Europese Very Large Telescope (VLT), ontdekt dat de sterrenstelsels van een verre, jonge cluster onderling verbonden zijn door een netwerk van zeer lange filamenten.
Deze strekken zich uit over afstanden van meer dan 3 miljard lichtjaar en voeren de ‘brandstof’ aan die nodig is voor de vorming van nieuwe sterren en de groei van superzware zwarte gaten (Science).
Het onderzoek was gericht op SSA22, een massarijke proto-cluster van sterrenstelsels op ongeveer 12 miljard lichtjaar afstand in het sterrenbeelden Waterman.
Daarmee behoort deze structuur tot de jongste in zijn soort.
Ooit dachten astronomen dat zich in het heelal eerst sterrenstelsels hebben gevormd, die zich pas later in clusters hebben verzameld.
Maar inmiddels wordt aangenomen dat het kosmische web – het massarijke ‘geraamte’ van het heelal – aan de basis van alles staat.
Op plaatsen waar meerdere draden of filamenten van dit web elkaar kruisten, verzamelde zich zo veel materie dat zich grote clusters van sterrenstelsels konden vormen.
Geheel in overeenstemming met dit scenario hebben de astronomen ontdekt dat op de knooppunten van de enorme filamenten die zij hebben opgespoord actieve galactische kernen, superzware zwarte gaten die materie uit hun omgeving aantrekken, en ‘starburst-stelsels’ te vinden zijn, sterrenstelsels die in hoog tempo nieuwe sterren produceren.
De posities van deze objecten zijn bepaald met de ALMA-radiotelescoop, die net als de VLT in het noorden van Chili staat.
De waarnemingen – de eerste die de volle omvang van de filamenten laten zien – zijn gebaseerd op de detectie van zogeheten Lyman-alfa-straling.
Dat is ultraviolette straling die wordt opgewekt wanneer neutraal waterstofgas door invloeden van buitenaf wordt geïoniseerd en terugvalt naar zijn grondtoestand.
De waargenomen uv-straling is te intens om afkomstig te zijn van de ultraviolette achtergrondstraling van het heelal.
Berekeningen wijzen erop dat de sterke straling waarschijnlijk afkomstig is van grote aantallen jonge sterren, en van zwarte gaten die omgeven zijn door hete materie.
Dat is een sterke aanwijzing dat er, onder invloed van de zwaartekracht, gas langs de filamenten naar de verschillende sterrenstelsels toe stroomt.
Via deze ‘kosmische navelstrengen’ kunnen deze stelsels hun grote stervormingsactiviteit in stand houden en worden hun centrale zwarte gaten van materie voorzien. (EE) (credit afbeelding; https://www.eso.org/public/netherlands/images/ann15041a/)

Ook interessant

De zeven gezichten van Mira

stipmedia

Sterparen hebben minder vaak planeten dan alleenstaande sterren

stipmedia

Kleine verre ijsdwerg heet vanaf nu Arrokoth

stipmedia

Ster S5-HVS1 zal onze Melkweg verlaten

stipmedia

Weer een indringer in het zonnestelsel

stipmedia

Mogelijk flinke ‘meteorenregen’ op komst

stipmedia