Image default

Vermeende fosfine waarschijnlijk gewone zwaveldioxide

Afgelopen september maakte een onderzoeksteam onder leiding van de Britse astronoom Jane Greaves van de Universiteit van Cardiff bekend dat het fosfine-moleculen had gedetecteerd in het dichte wolkendek van Venus.
De bekendmaking deed nogal wat stof opwaaien, mede omdat de wetenschappers de fosfine in verband brachten met de mogelijke aanwezigheid van micro-organismen in de Venus-atmosfeer.
Sindsdien is er – op z’n zachtst gezegd – de nodige kritiek geweest op de vermeende ontdekking, en nieuw onderzoek onder leiding van wetenschappers van de Universiteit van Washington doet daar nog een schepje bovenop.
Het zwakke moleculaire signaal dat Greaves en haar collega’s met twee radiotelescopen hebben waargenomen zou niet zijn veroorzaakt door fosfine, maar door zwaveldioxide – de op twee na meest voorkomende chemische verbinding in de Venusatmosfeer.
De onderzoekers hebben een model gemaakt van de omstandigheden in de atmosfeer van Venus, om aan de hand daarvan te kunnen achterhalen wat de radiotelescopen nu precies hebben geregistreerd.
Met behulp van het model zijn de signalen nagebootst die fosfine- en zwaveldioxide op verschillende hoogtes in de Venusatmosfeer zouden produceren, en hoe deze signalen zouden zijn opgepikt door de beide radiotelescopen – de JCMT op Hawaï en ALMA in Chili – die Greaves en haar team bij hun onderzoek hebben gebruikt.
Op basis van de vorm van het signaal dat met de JCMT is gedetecteerd, komen de Amerikaanse wetenschappers tot de conclusie dat dit niet afkomstig was uit het wolkendek van Venus, maar van minstens tachtig kilometer daarboven. Daarmee is het heel onwaarschijnlijk dat fosfine de oorzaak was: op die hoogte staan de moleculen bloot aan de intense ultraviolette straling van de zon en worden ze heel snel afgebroken.
De wetenschappers hebben bovendien ontdekt dat ALMA op het moment van de waarnemingen minder gevoelig was voor het signaal van het alom aanwezige zwaveldioxide in de Venusatmosfeer.
Daardoor is de hoeveelheid zwaveldioxide door Greaves en collega’s sterk onderschat.
Zowel fosfine als zwaveldioxide absorberen radiogolven op de frequentie waarop het Britse team de oorspronkelijke waarnemingen met de JCMT deed.
Om vast te kunnen stellen hoe groot de bijdrage van fosfine aan dat signaal was, werd ALMA later afgestemd op een frequentie waarop alleen zwaveldioxide radiogolven absorbeert.
Het zwakke signaal van zwaveldioxide bracht Greaves en collega’s tot de conclusie dat het met de JCMT waargenomen signaal voor een belangrijk deel afkomstig moest zijn van het andere molecuul: fosfine.
Maar het lijkt er nu dus op dat het zwakke zwaveldioxide-signaal een instrumenteel effect is geweest.
De resultaten van het Amerikaanse onderzoek zullen worden gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Een preprint van het onderzoeksverslag is beschikbaar via arXiv. (EE)
(Image Credit: Japan Aerospace Exploration Agency)

Ook interessant

Astronomen detecteren sporen van een atmosfeer die bij grote inslag aan een planeet is ontrukt

stipmedia

Vulkanische ‘activiteit’ in zwarte gaten veroorzaakt monumentale bellen van honderdduizenden lichtjaren

stipmedia

Astronomen zien witte dwergster ‘aan’ en ‘uit’ gaan

stipmedia

Alleen aan ‘achterkant’ van Jupitermaan Europa is waterdamp aanwezig

stipmedia

Sommige exoplaneten bevatten meer ijzer dan hun moederster

stipmedia

Ver planetenstelsel toont de toekomst van ons zonnestelsel

stipmedia