Het ringenstelsel rond Chiron is momenteel nog niet af, maar in opbouw, aldus een publicatie van maar liefst 57 waarnemers en onderzoekers. Chiron is een centaur die tussen de banen van Saturnus en Uranus om de zon draait en af en toe komeetactiviteit vertoont. De eerste tekenen van een ringenstelsel werden in de jaren negentig tijdens sterbedekkingen gevonden en sindsdien zijn er steeds meer details bijgekomen. Chrystian Pereira en medewerkers analyseerden waarnemingen verricht sinds 2011. De resultaten wijzen nu op een stelsel van minstens drie ringen op afstanden van 273, 325 en 438 kilometer van het centrum van Chiron. De eerste, binnenste ring is 200 tot 800 meter breed en de tweede 600 tot 900 meter. Hun omlooptijden lijken gekoppeld aan de rotatietijd van Chiron, waarbij één omloop van de ringdeeltjes even lang duurt als twee respectievelijk drie rotaties van de centaur. De derde ring is onvolledig en heeft een breedte variërend van 7 tot 44 kilometer. Hij doet denken aan F-ring van Saturnus en de ringbogen rond Neptunus. De drie ringen bevinden zich in een stofschijf die zich uitstrekt tussen 200 en 800 kilometer van Chiron’s centrum. Deze schijf werd ontdekt tijdens een sterbedekking in 2023 en was in 2018 nog niet gesignaleerd. Dat zou betekenen dat hij hierna is ontstaan en misschien wel door de komeetachtige uitbarsting die Chiron in 2021 vertoonde. Die zou voldoende materiaal voor deze schijf hebben kunnen leveren. Een andere mogelijkheid is het uiteenvallen van een maantje tussen de ringen. In 2023 werd ook een vage, circa 90 kilometer brede stofring op 1380 kilometer van Chiron ontdekt. Zijn bestaan moet echter nog door verdere waarnemingen worden bevestigd. Maar hoe het ook zij, de opeenvolgende sterbedekkingen maken duidelijk dat de ringen geen constante dichtheid hebben en ook niet permanent bestaan. De astronomen suggereren dat we hier voor het eerst getuige zijn van het ontstaan en de evolutie van een ringenstelsel rond een van de kleinere hemellichamen in het zonnestelsel. (GB/Astrophysical Journal Letters 992: L19) (Image credit: Chrystian Pereira e.a.)
