Image default

Meteorietinslagen brachten mogelijk minder goud en platinum naar de maan

Ondanks hun gemeenschappelijke oorsprong vertonen aarde en maan opvallende verschillen.
Een daarvan is dat elementen zoals goud, iridium, platina en palladium (zogeheten ‘ijzerminnende’ elementen) schaars zijn op de maan in vergelijking met de aarde.
Nieuwe computersimulaties bieden een mogelijke verklaring voor deze discrepantie (Nature, 11 juni).
Kort na de vorming van ons zonnestelsel, vierenhalf miljard jaar geleden, lijkt de jonge aarde te zijn getroffen door een kleinere planeet.
Het puin dat bij deze hypothetische botsing vrijkwam, klonterde samen tot de maan.
Nadat aarde en maan waren bijgekomen van deze gebeurtenis brak er voor beide echter nog een periode van talrijke kleinere inslagen aan.
Deze golf van inslagen, die honderden miljoenen jaren aanhield, zou de bron zijn geweest van de ijzerminnende elementen die nu nog in de korst van aarde en maan te vinden zijn.
Het goud, iridium, platina en palladium dat de beide hemellichamen al bevatten toen ze nog geen vaste korst hadden, zou samen met ijzer naar hun beider kernen zijn gezakt.
Als dit scenario klopt, zouden er op de maan eigenlijk net zoveel ijzerminnende elementen te vinden moeten zijn als op de aarde.
Maar dat is niet zo: op de maan zijn ze veel zeldzamer.
Een team onder leiding van Qing-zhu Yin, hoogleraar aard- en planeetwetenschappen aan de universiteit van Californië te Davis, denkt nu te weten hoe dit verschil is ontstaan.
De wetenschappers hebben een gedetailleerde reconstructie uitgevoerd van het latere bombardement.
Daarbij hebben ze de miljoenen meteorietinslagen nagebootst die materiaal naar de aarde en de maan zouden hebben gebracht.
Daarbij is ontdekt dat de maan vanwege zijn kleine massa nogal wat materiaal is misgelopen.
Bij grote inslagen en vooral bij inslagen onder een kleine hoek zou tot wel tachtig procent van het aangevoerde materiaal niet op de maan zijn gebleven.
In het eerste geval drong het materiaal diep de maanmantel binnen, in het tweede geval verdween het direct weer de ruimte in.
Het totale verlies aan aangevoerd materiaal was daardoor veel groter dan tot nu toe werd aangenomen, maar nog steeds niet voldoende om de huidige schaarste aan ijzerminnende elementen op de maan ter verklaren.
Volgens Qing-zhu Yin en zijn collega’s heeft het echter ook geruime tijd geduurd voordat de maan na zijn ontstaan een vaste korst had.
Daardoor zouden ijzerminnende materialen die tot 4,35 miljard jaar geleden op de maan waren afgezet ook naar het diepe inwendige zijn gezakt.
Alles bij elkaar kunnen deze twee factoren het verschil tussen de hoeveelheid ijzerminnende elementen op aarde en maan volledig verklaren.
Hoe plausibel dit scenario is, zal nog moeten blijken.
Wellicht dat toekomstige bemande maanmissies daar uitsluitsel over kunnen geven. (EE)

Ook interessant

Ruimtesonde Juno heeft detailrijke opnamen gemaakt van Jupitermaan Europa

stipmedia

ESA en NASA bundelen krachten om Europese ‘rover’ op Mars te laten landen

stipmedia

Planeet ter grootte van de aarde ontdekt bij nabije, koele dwergster

stipmedia

Aandrijving van Europees-Japanse ruimtesonde BepiColombo levert te weinig vermogen

stipmedia

‘Kosmische vlinder’ blijkt een enorme planetenfabriek te zijn

stipmedia

Drie zeer oude sterren ontdekt in de halo van ons Melkwegstelsel

stipmedia