Image default

Duitsland en Japan starten nieuwe planetoïdenmissie

Het Duitse lucht- en ruimtevaartcentrum DLR en het Japanse ruimteagentschap JAXA hebben een overeenkomst gesloten over een gezamenlijke ruimtemissie naar de bijzondere planetoïde Phaethon.
Het belangrijkste doel van de missie – de ‘Demonstration and Experiment of Space Technology for INterplanetary voYage with Phaethon fLyby and dUst Science’ of kortweg DESTINY+ – is het opvangen van stofdeeltjes die door het kleine rotsachtige hemellichaam zijn uitgestoten.
Phaethon volgt een langgerekte omloopbaan om de zon, waarvan het buitenste punt voorbij de Marsbaan ligt en het binnenste punt op slechts 21 miljoen kilometer van de zon – ruimschoots binnen de baan van Mercurius dus.
Hierdoor warmt zijn oppervlak eens in de ongeveer anderhalf jaar sterk op, en dat zorgt voor een uitstoot van stof.
Hierdoor heeft zich achter Phaethon een langgerekte wolk van stof gevormd die in december van elk jaar door de aarde wordt doorkruist.
Dat veroorzaakt dan een regen van meteoren (‘vallende sterren’) in de aardatmosfeer: de zogeheten Geminiden. DESTINY+ zal gedurende zijn vier jaar durende reis naar de planetoïde, die medio 2024 van start moet gaan, voortdurend stofdeeltjes opvangen en analyseren.
Dat laatste gebeurt met een massaspectrometer van Duitse makelij.
De metingen van dit instrument worden gebruik om de oorsprong van elk opgevangen stofdeeltje te bepalen.
Ook zal worden onderzocht hoeveel organische materie de stofdeeltjes bevatten.
De ruimtesonde zal geen landing op Phaethon maken, maar deze wel tot op een afstand van ongeveer 500 kilometer naderen, om gedetailleerde opnamen van het oppervlak te kunnen maken. (EE)
(Image Credit: JAXA/Kashikagaku)

Ook interessant

Grote inslag veroorzaakte ‘megavloed’ op Mars

stipmedia

Chinese maanmissie gelanceerd

stipmedia

Het raadsel van de ‘Blauwe Ringnevel’ lijkt opgelost

stipmedia

De grote Arecibo-radioschotel wordt gesloopt

stipmedia

Astronomen ontcijferen de stamboom van de Melkweg

stipmedia

Tienmaal meer ‘hyperlumineuze’ sterrenstelsels waargenomen dan mogelijk werd geacht

stipmedia