Topsterrenkundige aan het werk in Nederland

Rory

De internationaal gerenommeerde sterrenkundige Kelly Holley-Bockelmann vestigt zich in Nederland. De Amerikaanse astrofysicus, die wereldwijd bekendstaat om haar onderzoek naar zware zwarte gaten, zwaartekrachtgolven en de evolutie van sterrenstelsels, gaat haar werk voortzetten bij SRON in Leiden. Daarmee haalt Nederland een van de meest invloedrijke onderzoekers op het gebied van de moderne astrofysica in huis.

Holley-Bockelmann behoort tot een groep van 29 internationale topwetenschappers die recent naar Nederland zijn gekomen om hun onderzoek voort te zetten. Dit wordt mogelijk gemaakt door het Tulp Fonds, dat door het vorige kabinet werd opgericht voor het aantrekken  van internationale topwetenschappers. Per onderzoeker is maximaal 1 miljoen euro beschikbaar ter bekostiging van hun onderzoek voor vijf jaar. Zij maakte de overstap nadat de academische vrijheid in de Verenigde Staten volgens haar steeds verder onder druk kwam te staan. Voor de Nederlandse sterrenkunde betekent haar komst vooral een unieke kans om een wetenschapper van wereldformaat aan het nationale onderzoek te verbinden.

Holley-Bockelmann heeft een indrukwekkende staat van dienst. Ze was hoogleraar aan Vanderbilt University en vervulde belangrijke adviesfuncties binnen NASA. Zo leidde zij jarenlang het NASA-team dat zich bezighoudt met LISA (Laser Interferometer Space Antenna), de toekomstige ruimtemissie die zwaartekrachtgolven vanuit de ruimte moet gaan meten. Die missie belooft een revolutie teweeg te brengen in ons begrip van zwarte gaten, botsende sterrenstelsels en de meest extreme verschijnselen in het heelal.

Haar eigen onderzoek richt zich op de vorming en groei van superzware zwarte gaten, de ontwikkeling van sterrenstelsels en de nieuwe discipline van de multi-messengerastronomie, waarin waarnemingen met telescopen worden gecombineerd met signalen zoals zwaartekrachtgolven. Dankzij dat vakgebied kunnen astronomen kosmische gebeurtenissen vanuit meerdere ‘boodschappers’ tegelijk bestuderen, wat een veel completer beeld van het heelal oplevert.

De komst van Holley-Bockelmann is niet alleen belangrijk voor de Nederlandse sterrenkunde, maar ook voor de internationale wetenschap. Bij SRON zal zij verder werken aan de voorbereiding van LISA en bijdragen aan de verdere uitbouw van het Nederlandse onderzoek naar zwarte gaten en zwaartekrachtgolven.

 

I.M. Hans Luidens (1945-2026)

Rory

Door Alex Scholten (Volkssterrenwacht Bussloo)

Op 2 april jongstleden overleed op 81-jarige leeftijd Hans Luidens, mede-initiatiefnemer van de Volkssterren- wacht Bussloo. Hans was meer dan 50 jaar actief als vrijwilliger voor de Volkssterrenwacht Bussloo.

Eind 1973 kregen de ideeën van Piet Koning en Hans Luidens voor een volkssterrenwacht vorm toen men de beschikking kreeg over een oude boerderij op het recreatiegebied Bussloo. Hans werd beheerder en kwam in het woondeel van de boerderij te wonen. Hij was zeer handig en in staat om met beperkte middelen iets te maken.

Pionieren

Zeker in de beginperiode van VSB vormde hij daardoor met Piet een ideaal team: Hans zorgde voor het technische gedeelte en Piet deed het inhoudelijke deel van de sterrenwacht. Er is bijna geen spijker of schroef binnen VSB die niet door de handen van Hans geweest is… “Die eerste jaren was het pionieren. Er was weinig geld beschikbaar en de meeste dingen maakte je zelf.” Met een groepje enthousiaste vrijwilligers werd in 1975 gestart met de eerste publieksactiviteiten. Persoonlijke hoogtepunten uit die eerste jaren waren de officiële opening op 18 november 1975, de realisatie van de tentoonstelling ‘Alles draait om de Zon’ in de zomer van 1980 en het werk samen met vrijwilligers van andere volkssterrenwachten op de stands van de beurs ‘Techniek in Vrije Tijd’ in Utrecht. Ook speelde hij een rol bij de realisatie van het observatorium in 1992. Samen met zijn vrouw Annelies Bijkerk vormde het echtpaar lange tijd het sociale hart van de sterrenwacht; Hans in zijn vaste rol als gastheer achter de entree en Annelies coördineerde de gang van zaken rond de koffiebar.

Hoogtepunten

Ze maakten regelmatig reizen door Scandinavië en in het bijzonder Zweden. Menigmaal verbleven ze daar op prachtige locaties waar ze konden genieten van spectaculaire verschijningen van het noorderlicht. In maart 2013 organiseerde Hans een geslaagde noorderlichtreis met een groep VSB-vrijwilligers naar Zweeds Lapland. Hans zat altijd vol ideeën. Hij was de initiator van enkele grote tentoonstellingen (bijvoorbeeld rond het thema ‘Zon’ in 1980 en 2000) en het plan om een planetarium te realiseren. “Dat laatste bleek uiteindelijk toch te hoog gegrepen en is er nooit gekomen.” Ook bij de herinrichting van de zaal van VSB in 2009 speelde Hans een rol. Samen met Jan Hazendonk realiseerde hij een unieke ‘sterrenwand’. Als beheerder was hij veelal het gezicht van VSB richting de pers en vooral bij tv-opnames. “Bijzonder waren de opnamen tijdens de bewolkte zonsverduistering van 20 maart 2015 met tv-coryfeeën Erwin Kroll en Philip Freriks”.

Steevast gekleed in het kaki-groen en met een lach onder een grote snor was Hans binnen VSB een markante verschijning. Voor zijn jarenlange rol binnen VSB werd Hans in 2005 benoemd tot ere-lid en ontving hij tijdens het 40-jarig jubileum in 2015 uit handen van de burgemeester Van Voorst een koninklijke onderscheiding. Hans verzorgde talrijke algemene presentaties, vooral voor scholen en verzorgingshuizen.

Planetoïde

Na het overlijden van Annelies in 2020 en met het tellen der jaren besloot Hans in 2023 te verhuizen naar een seniorenwoning in Twello. Hij verliet die zomer – ná 50 jaar – de boerderij aan de Bussloselaan. De beheerdersrol kon hij overdragen aan VSB-medewerker Jaap van ’t Leven. Tot voor kort stond Hans nog regelmatig als gastheer bij de entree tijdens de publieksavonden. En met gepaste trots keek hij in het jubileumjaar 2025 terug op een halve eeuw VSB en zijn rol hierin. Zeer verrast was hij met de vernoeming van een planetoïde: 595480 Luidens.

Hans wist als mens velen te raken. Mede hierdoor motiveerde hij talloze vrijwilligers die graag een steentje willen bijdragen aan het voorzetten van VSB. Na een kort ziekbed is Hans op 2 april jongstleden op 81-jarige leeftijd overleden en heeft hij zijn rust gevonden tussen de sterren. De Volkssterrenwacht Bussloo blijft een tastbare herinnering aan een bijzonder mens die velen geïnspireerd heeft in de wereld van de kosmos.

Marsmaantje Deimos mogelijk een wedergeboorte

Rory

Het ontstaan van het Marsmaantje Deimos is al sinds lang onduidelijk. De theorieën lopen uiteen van de invang van een planetoïde tot een inslag op Mars die een ring van puin rond de rode planeet veroorzaakte. De tweede theorie lijkt de beste papieren te hebben, maar Deimos’ vrijwel cirkelvormige baan boven vrijwel precies de evenaar van Mars gooit roet in het eten. Want hoe is die tot stand gekomen? In ieder geval niet onder invloed van getijdenkrachten. Amerikaanse astronomen hebben nu een uitgebreidere versie van de tweede theorie ontwikkeld die dat probleem zou kunnen oplossen. Zij gaan er vanuit dat Deimos – evenals zijn grotere broer Phobos – inderdaad is ontstaan na een zware inslag op Mars. Die veroorzaakte een grote hoeveelheid puin in een gordel rond de rode planeet. Daarin ontstond een maan die zich wat dichter bij Mars bevond dan nu, maar te maken kreeg met botsing met de overgebleven puinfragmenten. Die maakten nieuwe fragmenten uit deze maan los, die naderhand ook tegen Deimos botsten, enzovoorts. De maan werd zodanig ‘afgeschuurd’ dat hij uiteindelijk weer uiteenviel.

Dit proces zou al binnen een periode van enkele duizenden jaren kunnen zijn voltooid. Het leverde een ring van kleinere fragmenten op die als gevolg van de voorafgaande sesquinary catastrophe bovendien meer cirkelvormig was en een geringere helling ten opzichte van de evenaar had. In deze ring zou dan door opnieuw samenklontering de huidige Deimos zijn ontstaan met een veel homogenere en lossere samenstelling dan zijn voorganger. Dat kan een verklaring zijn voor het gladde en egale oppervlak dat met passerende ruimtesondes wordt waargenomen. Helaas zou alle informatie over Deimos’ voorloper zijn uitgewist, wat het onderzoek daarnaar veel moeilijker maakt.

Matija Ćuk en collega’s hebben dit proces met behulp van computersimulaties bestudeerd en de resultaten daarvan blijken hun theorie te ondersteunen. Het proces kan ook bij het ontstaan van andere kleine maantjes in het zonnestelsel een rol hebben gespeeld, zoals bij de Jupitermaantjes Adrastea en Thebe. Zie ook het artikel van Robert Schippers op blz. 12-15 in Zenit magazine van juli-augustus 2026. (GB/Planetary Science Journal 7:16)

Astronomen luiden noodklok over ‘satellietentsunami’

Rory

Het aantal kunstmatige satellieten in een baan om de aarde neemt in hoog tempo toe. Vooral de aanleg van zogeheten megaconstellaties, zoals Starlink, zorgt ervoor dat de ruimte rond de aarde steeds dichter bevolkt raakt. Die ontwikkeling biedt maatschappelijke voordelen, zoals betere internetverbindingen en communicatie, maar heeft ook een keerzijde. Sterrenkundigen waarschuwen dat de snel groeiende satellietpopulatie een steeds grotere belemmering vormt voor astronomische waarnemingen.

In een studie die deze week verscheen in Astronomy & Astrophysics beschrijven onderzoekers deze ontwikkeling als een dreigende ‘satellietentsunami’: een gestage toename van satellieten die de kwaliteit van astronomische observaties steeds verder onder druk zet. De onderzoekers analyseerden hoe verschillende scenario’s voor de toekomstige groei van satellietconstellaties uitwerken op waarnemingen vanaf de grond en vanuit de ruimte.

Het belangrijkste probleem is dat satellieten zonlicht reflecteren. Tijdens lange belichtingen laten ze heldere sporen achter op opnamen van telescopen. Die lichtstrepen kunnen delen van een afbeelding onbruikbaar maken en de detectie van zwakke astronomische objecten verstoren. Vooral grootschalige hemelonderzoeken, waarbij grote delen van de hemel systematisch worden vastgelegd, zijn hiervoor gevoelig.

Uit de simulaties blijkt dat de hinder de komende decennia aanzienlijk kan toenemen als de geplande uitbreidingen van satellietnetwerken doorgaan. Niet alleen telescopen op aarde, maar ook ruimtetelescopen kunnen in toenemende mate met satellietsporen te maken krijgen. Daardoor neemt de hoeveelheid bruikbare waarneemtijd af en wordt het moeilijker om zeldzame of kortdurende verschijnselen, zoals passerende planetoïden of explosies van sterren, betrouwbaar vast te leggen.

De onderzoekers benadrukken dat het probleem verder reikt dan de aanwezigheid van enkele storende lichtstrepen. Moderne sterrenkunde is in toenemende mate afhankelijk van zeer grote datasets waarin uiterst zwakke signalen statistisch worden geanalyseerd. Een groeiend aantal verstoorde opnamen vermindert de wetenschappelijke opbrengst van zulke onderzoeken en verhoogt de tijd en kosten die nodig zijn om de gegevens te verwerken.

De auteurs pleiten daarom voor internationale afspraken over de helderheid, aantallen en baanconfiguraties van satellieten. De uitdaging is een evenwicht te vinden tussen de maatschappelijke voordelen van grootschalige satellietnetwerken en het behoud van de sterrenhemel als onmisbare onderzoeksomgeving. Zonder aanvullende maatregelen dreigt de verdere groei van het aantal satellieten een blijvende beperking te worden voor een belangrijk deel van de moderne sterrenkunde.

Komeet 31/ATLAS door ontgassing ietsjes uit koers gebracht

stipmedia

Ook bij de interstellaire komeet 31/ATLAS is een niet-gravitationle versnelling gevonden. Dat is een versnelling die niet door de zwaartekracht van de zon of een planeet wordt veroorzaakt, maar door de reactiekracht van gassen die uit de kern van een komeet ontsnappen en met name die van kooldioxide. Deze gassen werken als een soort raketmotortjes die de komeet uit zijn koers duwen. Omdat het hier om een heel zwakke kracht gaat, kan die alleen worden aangetoond als de beweging van de komeet heel nauwkeurig wordt gevolgd. Dat lukt echter niet als de komeet vanaf de aarde gezien in de richting van de zon staat, dus overdag of in de schemering. Dat was met 31/ATLAS in de periode van september tot december het geval, rond de tijd dat de komeet – tussen de baan van de aarde en Mars – zijn kortste afstand tot de zon bereikte. Astronomen hadden al berekend dat tijdens die periode elf ruimtesondes zich op gunstige posities in het zonnestelsel bevonden om de komeet wél goed te kunnen waarnemen. Bijvoorbeeld met de camera waarmee zij zich op de sterren oriënteren. Bij de eerste analyses hiervan is alleen nog gebruik gemaakt van de waarnemingen van Psyche, die op weg is naar Jupiter, en de om Mars draaiende Trace Gas Orbiter. In combinatie met de al eerder vanaf de aarde gemeten posities konden Marshall Eubanks en collega’s de komeetbaan nu zo nauwkeurig berekenen dat ook een niet-gravitationele versnelling aan het licht kwam. En hieruit kon ook de massa (44 miljoen ton) en de diameter (200 tot 370 meter) van de komeetkern worden afgeleid. De versnelling door ontgassing komt goed overeen met die van ‘autochtone’ kometen en ook met die van ‘Oummuamua, het interstellaire object dat in 2017 ons zonnestelsel doorkruiste (Zenit juni 2024, blz. 34-37). Deze tijdelijke bezoeker vertoonde echter geen tekenen van ontgassing, wat voor sommige astronomen aanleiding was om te suggereren dat dit object misschien een buitenaards ruimteschip was. Dat kan nu bij komeet 31/ATLAS in ieder geval worden uitgesloten. (GB/Res. Notes AAS 9: 329) (Image credit: International Gemini  observatory/NOIRLab/NSF/AURA/B. Bolin)

Kunnen windparken buitenaards leven verraden?

stipmedia

In de jacht op tekenen van buitenaardse beschavingen gaat niets te ver. De jacht bestaat traditioneel uit het zoeken naar onnatuurlijke licht- en radiosignalen uit het heelal en naar sporen in het spectrum van exoplaneten die op biologische activiteit of onverklaarbare ‘vervuiling’ zouden kunnen wijzen. Twee Amerikanen hebben daar nu iets nieuws aan toegevoegd: tekenen van windparken. Jacob Haqq Misra (wetenschappelijk onderzoeker op het Blue Marble Space Institute in Seattle) en Mykhaylo Danylov (sciencefictionschrijver) werden geïnspireerd door de ontdekking van hypersone winden op de exoplaneet WASP-127b. Die planeet draait op een heel korte afstand rond zijn ster en wel zodanig dat het ene halfrond constant naar de ster is gericht en het andere halfrond ervan af. Door het enorme temperatuurverschil tussen de dag- en nachtzijde treden aan de terminator windsnelheden tot 9 kilometer per seconde op. Deze hypersone winden zouden een belangrijke bron van energie kunnen zijn voor een technologisch ontwikkelde beschaving op zo’n planeet, aldus de twee Amerikanen. Die energie kan gewonnen worden door langs de terminator van de planeet windparken te bouwen. Dat leidt tot een verstoring van de langsrazende lucht. Windparken op aarde doen dat ook, maar die zijn daarbij vergeleken peanuts. Op WASP-127b zouden daardoor grote schokgolven ontstaan en de hypersone winden als gevolg van wrijving tot duizend graden worden verhit – en dus infrarode straling uitzenden. Zulke verstoringen zouden duidelijk afwijken van die veroorzaakt door natuurlijke structuren, zoals bergruggen. Als zulke verschillen in de atmosfeer van een exoplaneet zouden worden waargenomen, kan dat mogelijk op een buitenaardse beschaving wijzen. De twee Amerikanen tonen verder geen berekeningen en gaan ook niet in op de (logische) vraag of er in zo’n extreem milieu wel windparken gebouwd kunnen worden en overeind blijven. En ook niet of in zo’n razende atmosfeer überhaupt wel leven mogelijk is. Ze besluiten droogweg dat ‘het waard is om op de mogelijkheid van zulke technosignatures te wijzen omdat de waarnemingen van exoplaneten steeds nauwkeurige worden’. (GB/Res. Notes AAS 9, nr. 10) (Image credit : Wikipedia/Vattenfall)

Ring rond Chiron nog volop in groei

stipmedia

Het ringenstelsel rond Chiron is momenteel nog niet af, maar in opbouw, aldus een publicatie van maar liefst 57 waarnemers en onderzoekers. Chiron is een centaur die tussen de banen van Saturnus en Uranus om de zon draait en af en toe komeetactiviteit vertoont. De eerste tekenen van een ringenstelsel werden in de jaren negentig tijdens sterbedekkingen gevonden en sindsdien zijn er steeds meer details bijgekomen. Chrystian Pereira en medewerkers analyseerden waarnemingen verricht sinds 2011. De resultaten wijzen nu op een stelsel van minstens drie ringen op afstanden van 273, 325 en 438 kilometer van het centrum van Chiron. De eerste, binnenste ring is 200 tot 800 meter breed en de tweede 600 tot 900 meter. Hun omlooptijden lijken gekoppeld aan de rotatietijd van Chiron, waarbij één omloop van de ringdeeltjes even lang duurt als twee respectievelijk drie rotaties van de centaur. De derde ring is onvolledig en heeft een breedte variërend van 7 tot 44 kilometer. Hij doet denken aan F-ring van Saturnus en de ringbogen rond Neptunus. De drie ringen bevinden zich in een stofschijf die zich uitstrekt tussen 200 en 800 kilometer van Chiron’s centrum. Deze schijf werd ontdekt tijdens een sterbedekking in 2023 en was in 2018 nog niet gesignaleerd. Dat zou betekenen dat hij hierna is ontstaan en misschien wel door de komeetachtige uitbarsting die Chiron in 2021 vertoonde. Die zou voldoende materiaal voor deze schijf hebben kunnen leveren. Een andere mogelijkheid is het uiteenvallen van een maantje tussen de ringen. In 2023 werd ook een vage, circa 90 kilometer brede stofring op 1380 kilometer van Chiron ontdekt. Zijn bestaan moet echter nog door verdere waarnemingen worden bevestigd. Maar hoe het ook zij, de opeenvolgende sterbedekkingen maken duidelijk dat de ringen geen constante dichtheid hebben en ook niet permanent bestaan. De astronomen suggereren dat we hier voor het eerst getuige zijn van het ontstaan en de evolutie van een ringenstelsel rond een van de kleinere hemellichamen in het zonnestelsel. (GB/Astrophysical Journal Letters 992: L19)  (Image credit: Chrystian Pereira e.a.)

Lancering van Crew 12 naar het Ruimtestation ISS

stipmedia

Op vrijdag 13 Februari werd Crew12 gelanceerd vanaf lanceerplatform 40 op Space Force Station. Er waren 4 astronauten aan boord waar onder een Franse astronaute. Namelijk Sophie Adenot en 2 Amerikanen Jessica Meir en Jack Hathaway en de Rus Andrej Fedjajev. Eerst werden we vervoerd naar het O&C building (Operation&Checkout Building) waar de astronauten naar buiten komen en in Tesla’s vervoerd worden naar de raket ongeveer 4 uur voor lancering. De lancering vond plaats met een SpaceX Falcon9 raket en de Capsule werd gedoopt met de naam Freedom. De astronauten blijven ongeveer 6 maanden aan boord van het Ruimtestation. Omdat ik toestemming had om op de Press-site te komen kon ik alles bijwonen en vandaar werden we vervoerd naar een plek op het terrein minder dan 2 mijl van lanceerplatform om de lancering bij te wonen daar begon het aftellen en 3,2,1 en daar ging Crew12 wat een hevig geluid en lichtkegel ! Ongeveer 8 minuten na de lancering komt de eerste trap terug normaal land deze op landings zone 1 of 2 maar nu voor het eerst vlak bij lanceerplaats .We zagen de reentry-burn en daarna de landings-burn en toen de 2 harde knallen de zogenaamde sonic-boems. Het was weer een mooie ervaring. Daarna gingen we terug naar Press-site voor de Postlaunch News Conference ,met aanwezig NASA Administrator Jared Isaacman en Steve Stich, manager, Commercial Crew Program, NASA en Dana Weigel, manager, International Space Station Program, NASA .

en foto’s Rob v.Mackelenberghfoto’s Rob v.Mackelenberghfoto’s Rob v.Mackelenbergh
foto’s Rob v.Mackelenberghfoto’s Rob v.Mackelenberghfoto’s Rob v.Mackelenbergh

Tekst en foto’s Rob v.Mackelenbergh

 

Microbliksem op Mars gedetecteerd

stipmedia

Bliksem is een van de meest indrukwekkende manifestaties van elektrische ontladingen in de atmosfeer van een planeet. Die bliksem komt niet alleen voor op de aarde, maar is ook waargenomen op Jupiter en Saturnus. Al sinds lang wordt vermoed dat ook in de atmosfeer van Mars elektrische ontladingen zouden kunnen plaatsvinden. Zulke ontladingen zijn nu waargenomen door Perseverance, de Marsverkenner die in 2021 op de rode planeet landde. De rover heeft een microfoon die geluiden uit zijn directe omgeving detecteert. Hiermee werden in twee Marsjaren (dus vier aardse jaren) tijdens 28 uur ‘luisteren’ 55 signalen opgevangen die op elektrische ontladingen wijzen. In sommige gevallen werd ook het radiosignaal hiervan opgevangen. De meeste signalen bleken samen te hangen met stofhozen en stofstormen die langs of over de Marsrover trokken. Dat is volgens Baptiste Chide en collega’s het bewijs dat wind en stof een cruciale rol spelen bij het optreden van elektrische activiteit. Stof- en zandwolken in de Marsatmosfeer kunnen – net zoals in woestijnen op aarde – door onderlinge wrijving een statische elektrische lading krijgen. De daaropvolgende ontladingen veroorzaken op Mars echter geen imposante bliksemflitsen, maar slechts kleine kortdurende vonkjes. Net zoals tijdens bijvoorbeeld het uittrekken van een wollen trui. En het is nog maar de vraag of die vonkjes op Mars ooit gezien zullen worden. Aangezien elk jaar duizenden stofstormen op Mars plaatsvinden, zijn die waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van de ’elektrificatie’ van de Marsatmosfeer. En die zou volgens de onderzoekers ook een belangrijke aanjager van chemische reacties kunnen zijn. Ze zouden onder andere oxiderende verbindingen kunnen laten ontstaan, die de levensduur van eventuele organische verbindingen verkorten. De microbliksems kunnen echter ook storingen in voertuigen op Mars veroorzaken. Tot nu toe zijn er op dit gebied nog geen problemen gemeld, waarschijnlijk doordat deze voertuigen goed zijn ‘geaard’ zijn (een goed contact met de bodem hebben). De Russische Mars 3, die in december 1971 tijdens een zware stofstorm landde, gaf echter al binnen twee minuten de geest. Mogelijk als gevolg van een elektrische ontlading. (GB/Nature 647, blz. 857 en 865) (Image credit: NASA/JPL-Caltech)