De komeet die uit de Oortwolk kwam en langs de zon scheerde heeft – in tegenstelling tot eerdere berichten – die passage toch overleefd. Komeet C/2021 O3 werd ontdekt op 26 juli 2021, toen hij net binnen de baan van Jupiter was. Zijn baan wees erop dat hij uit de Oortwolk kwam en dus een ‘verse’ komeet was die eerder niet vaak en misschien wel nooit in de buurt van de zon is gekomen. Zijn paraboolbaan impliceerde dat hij ook weer naar zijn herkomstgebied zou terugkeren. Als hij de passage langs de zon, op 21 april 2022, tenminste zou overleven. Die vond plaats binnen de baan van Mercurius, waardoor C/2021 O3 zou worden blootgesteld aan temperaturen tot boven de 400 oC. Het was dus niet zo verrassend dat waarnemers de komeet na de periheliumpassage niet meer op de berekende posities konden vinden. Hij leek te zijn gedesintegreerd en verdwenen. Uit nieuw speurwerk, verricht onder leiding van de Amerikaanse astronoom David Jewitt (Universiteit van Californië in Los Angeles), blijkt dat C/2021 O3 zijn vlucht langs de zon toch heeft overleefd. De komeet is teruggevonden op opnamen gemaakt met de zonnesatelliet STEREO-A, op de Calar Alto-sterrenwacht in Zuid-Spanje en ook door de Belgische kometenjager Alphons Stevens en zijn Oostenrijkse collega Michael Jaeger. De opnamen maken nu ook duidelijk waarom eerdere waarnemers de komeet niet konden terugvinden. Hij was een factor 25, ofwel 3,5 magnituden, zwakker dan verwacht. De oorzaak van deze verzwakking hebben Jewitt en collega’s niet kunnen achterhalen. De meest aannemelijke verklaring is dat het (mede) om een soort seizoeneffect gaat. Het halfrond dat vóór de periheliumpassage door het zonlicht werd bestraald – en verdampt – was mogelijk niet hetzelfde als dat na deze passage. Dat zou tot verschillen in verdamping c.q. helderheid kunnen leiden. Maar omdat de richting van de rotatieas van de komeetkern niet bekend is, blijft deze verklaring speculatief. Hoe het ook zij, komeet C/2021 O3 is nog springlevend en weer op de weg naar de verre Oortwolk. (GB/Astronomical Journal 170: 142) (Image credit: Michael Jaeger)
