Van Mars was al bekend dat hij een vloeibare kern heeft. Nu hebben astronomen ook sterke aanwijzingen gevonden dat het centrale deel van deze kern, de binnenkern, vast is. Dat blijkt uit een analyse van seismische metingen verricht door het Seismic Experiment for Interior Structure, kortweg SEIS. Dat werd in 2019 door de Marsverkenner InSight op de rode planeet gezet en was de eerste seismometer op een andere planeet dan de aarde (Zenit mei 2018, blz. 24-25). Huixing Bi en collega’s analyseerden de signalen van 23 bevingen op Mars. Deze bevingen, onder andere veroorzaakt door meteorietinslagen, creëren golven die langs verschillende wegen door de planeet naar de seismometer snellen en onderweg worden afgebogen en gereflecteerd. Sommige gaan door de kern van Mars. Uit de sterkte en reistijden van de verschillende soorten golven kunnen de structuur en samenstelling van het inwendige worden afgeleid. De astronomen ontdekten dat sommige golven 50 tot 200 seconden sneller bij de seismometer arriveerden dan werd verwachten als de kern van Mars geheel vloeibaar zou zijn. Een deel daarvan was dus vast, net zoals die van de aarde en de maan. Deze binnenkern zou een straal van ruwweg 600 kilometer hebben, of wel 18 procent van de straal van de gehele planeet. De temperatuur aan het grensvlak zou tussen de 1800 en 2100 Kelvin liggen en de dichtheid van de materie zou er met zo’n 7 procent toenemen. Onder zulke omstandigheden kan het vloeibare ijzer (en nikkel) in de kern gaan kristalliseren. De aanwezigheid van een kleine, vaste binnenkern heeft ook invloed op de ‘geodetische’ eigenschappen van Mars, zoals zijn vorm, de oriëntatie van zijn rotatieas en de eigenschappen van zijn zwaartekrachtveld. Helaas werden de metingen van SEIS in 2020 gestopt, zodat er geen nieuwere Marsbevingen meer gedetecteerd kunnen worden. Verdere analyses van de huidige metingen en mogelijk toekomstige Marsmissies zijn volgens de onderzoekers gewenst. Het huidige wetenschappelijke ‘klimaat’ in de Verenigde Staten staat er echter vooral voor dit laatste niet zo gunstig voor. (Nature 645, blz. 50 en 67) (Image credit: Nature)
