astrnieuwsheader

 

 unawe  EuSpSo.png

 Vallendesterren  Eurekashop be

 

Astronieuws

2galaxies_1dusty_1starry_DanaBerry_Draft1_Nov29_2017_B-1170x600.jpg

Bij waarnemingen met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) zijn enkele massarijke sterrenstelsels ontdekt die waarvan het licht er bijna 13 miljard over heeft gedaan om ons te bereiken. Dat wijst erop dat de vorming van relatief grote sterrenstelsels al vroeg in de geschiedenis van het heelal is begonnen (Nature, 7 december). Tot nu toe gingen astronomen ervan uit dat de eerste sterrenstelsels, die slechts enkele honderden miljoenen jaren na de oerknal ontstonden, veel weg zouden hebben van de dwergsterrenstelsels zoals die in het nabije heelal worden waargenomen. Deze samenscholingen van een paar miljard sterren zouden de ‘bouwstenen’ zijn geweest van de grotere sterrenstelsels die het heelal een paar miljard jaar later gingen domineren. Nieuwe ALMA-waarnemingen laten echter zien dat de vormingsgeschiedenis van de zware stelsels al veel eerder op gang kwam.Credit: NRAO/AUI/NSF; D. Berry

 

eso1739a.jpg

Voor de eerste keer ooit kan een instrument het licht van alle vier de VLT-telescopen bij elkaar optellen en daarmee het licht-opvangende vermogen van een 16-meter telescoop evenaren. Dat instrument, de Echelle SPectrograph for Rocky Exoplanet and Stable Spectroscopic Observations (ESPRESSO), heeft onlangs zijn eerste waarnemingen gedaan. ESPRESSO zoekt met ongekende precisie naar exoplaneten door naar de minuscule veranderingen in het licht van hun moedersterren te kijken. ESPRESSO, een zogeheten echellespectrograaf, is de opvolger van het enorm succesvolle HARPS-instrument van de ESO-sterrenwacht op La Silla. HARPS kan snelheden meten met een nauwkeurigheid van ongeveer één meter per seconde, terwijl ESPRESSO, dankzij technologische verbeteringen en zijn installatie op een veel grotere telescoop, een nauwkeurigheid van slechts enkele centimeters per seconde tracht te bereiken.

 

PIA21839-16.jpg

Afgelopen woensdag hebben NASA-technici vier ‘stuurraketjes’ van de ruimtesonde Voyager 1 voor het eerst in 37 jaar weer eens opgestart. Ze bleken nog feilloos te werken. Voyager 1 werd veertig jaar geleden gelanceerd en heeft, na een vluchtig bezoek aan de planeten Jupiter en Saturnus in 1979 en 1980, ons zonnestelsel inmiddels met hoge snelheid verlaten. Om met de aarde te kunnen communiceren is de ruimtesonde afhankelijk van kleine raketjes die ervoor zorgen dat zijn antenne de goede kant op wijst. De nu geteste raketjes aan de achterkant van de ruimtesonde waren sinds 1980 niet meer gebruikt.

Credit: NASA/JPL-Caltech 

standard_full.jpg

Het stof dat komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko de ruimte in blaast bestaat voor bijna de helft uit organische moleculen en behoort tot de meest maagdelijke materialen in ons zonnestelsel. Deze resultaten hebben wetenschappers die betrokken zijn bij de Rosetta-ruimtemissie vandaag gepubliceerd in het Britse tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bij nadering van de zon beginnen de bevroren gassen in een komeet te verdampen. Daarbij voeren ze kleine stofdeeltjes mee de ruimte in. Een van de instrumenten van de Rosetta-sonde, die komeet ’67P’ van augustus 2014 tot september 2016 van dichtbij heeft onderzocht, heeft meer dan 35.000 van die stofdeeltjes verzameld. De kleinste opgevangen deeltjes waren slechts 0,01 millimeter groot, de grootste ongeveer 1 millimeter. Deze deeltjes zijn met een microscoop bekeken en vervolgens bestookt met een energierijke bundel van indium-ionen. De secundaire ionen die daarbij vrijkwamen zijn ‘gewogen’ en geanalyseerd

.Photo credit: ESA/Rosetta/MPS for OSIRIS Team MPS/UPD/LAM/IAA/SSO/INTA/UPM/DASP/IDA (left), ESA / Rosetta / MPS for COSIMA Team MPS / CSNSM / UNIBW / TUORLA / IWF / IAS / ESA / BUW / MPE / LPC2E / LCM / IMF / UTU / LISA / UOFC / vH & S. (right)

 

thumb.jpg

29 november 2017 • Luchtstromingen op nabije exoplaneten hinderen detectie van leven
Nieuwe computersimulaties wijzen erop dat de zoektocht naar (zuurstof-producerend) leven op planeten buiten ons zonnestelsels wel eens moeilijker zou kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Ongewone luchtstromingen zouden biomarkers – moleculen die door bacteriën of planten zijn geproduceerd – uit het zicht kunnen blazen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 29 november). Atmosfeeronderzoek is momenteel het enige middel waarmee wetenschappers naar mogelijke tekenen van leven op exoplaneten kunnen zoeken. Een van de chemische verbindingen waarnaar gezocht kan worden is ozon – een vorm van zuurstof.

Credit: MPIA Graphics Department. 

 

Weersverwachting

Foto van de dag

Tweets over sterrenkunde

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@zenitonline.nl

Login redactie